Archives for category: Uncategorized

fragment-scheiding-haijesijdzes

Van mijn vroegste voorvader vind ik een opvallend document. In de autorisatieboeken van het Nedergerecht Dongeradeel zit een akte die de ‘scheijdinge van bed en tafel‘ aangeeft van Antie Gerbens en Haije Sijtses. Een akte opgemaakt op 28 juni 1725.

Wat weet ik tot nu toe van Antie en Haije?

Ze komen in 1715 voor bij de beschrijving van de nalatenschap van de eerdere man van Antie; Sippe Jans. Daaruit blijkt dat Antie nogal wat bezittingen erft. Ze is een vermogende vrouw.

In 1723 worden Hajie en Antie beschreven als inkomende lidmaten (‘van Oostrum’) bij de Hervormde gemeenschap in Dokkum.

Op 2 maart 1725 verkopen Antie en Haije een huis en hovinge te Dokkum. Ze worden beschreven als ‘egtelieden‘.

En in december 1750 is er een akte over de nalatenschap van Antie, waarin ze wordt opgevoerd als ‘weduwe tot wijlen Haije Sijtzes tot Ee‘.

Alles lijkt er dus op dat ze getrouwd waren tot aan het overlijden van Haije, ergens tussen 1748 en 1750 (in 1748 staat Haije nog genoemd als eigenaar van een woning in Ee).

Maar blijkbaar zijn ze in 1725 ook officieel overgegaan tot in ieder geval een boedelscheiding: een scheiding van bed en tafel betekent dat bezittingen, vermogen en inkomen niet meer gemeenschappelijk zijn. Het is nog geen volledige ontbinding van het huwelijk.

Een schriftelijk bewijs van het huwelijk zelf heb ik tot op heden niet gevonden. Dat moet ergens voor februari 1715 hebben plaatsgevonden.

 

Advertisements

begraven-jan-verhaage-1804

Een heel andere stamlijn is die van de familie Verhagen. En die eindigt al redelijk snel; in 1795. In maart van dat jaar komen Jan Verhaage, Maria Stekhoven en één kind in Charlois wonen. Het kind heet Huibregt Verhagen. Deze Huibrecht trouwt later met Cornelia Molendijk en beiden zijn daarmee verre voorouders van mijn zoon Jens.

Pogingen om de stamlijn verder terug te vinden dan 1795 mislukken tot op heden. Wat weten we middels wel? Uit de huwelijkse bijlagen van Huibrecht en Cornelia leren we veel. Huibrecht kan geen geboorteakte overleggen. Ook kan hij niets vertellen over waar zijn ouders vandaan kwamen of wie zijn grootouders waren. Bij zijn huwelijk zijn de beide ouders inmiddels ook overleden. Huibrecht heeft geen enkele verdere bekende familie.

Volgens eigen zeggen en getuigen is hij in maart 1795 ‘8 weken oud’ in Charlois terechtgekomen. Als geboortedatum hanteert hij 17 januari 1795. En als geboorteplaats geeft hij bij de Militie Ouderkerk aan de Amstel op. Daar is echter niets te vinden. Ook niet in een ander Ouderkerk, aan de IJssel.

De moeder is al rond de 40 als Huibrecht ter wereld komt. Is het een ongelukje tijdens een toevallige ontmoeting? Daar wijst het verdere samenzijn tot de dood van vader Jan niet op.

Die overlijdt al in 1804. Daarvan is wel een akte. En uit die akte kennen we de naam Verhaage. Huibrecht is dan 9 jaar. Vader Jan is volgens de overlijdensakte 54 jaar en dus omstreeks 1750 geboren. De moeder van Huibrecht overlijdt in 1816, als Huibrecht 21 jaar is. Volgens haar overlijdensakte is Maria dan 61 jaar (geboren rond 1755). Beide ouders sterven in West-Barendrecht, maar hebben in de periode 1795 -1816 afwisselend in Charlois en Barendrecht gewoond.

Blijkbaar heeft zijn moeder nooit iets aan Huibrecht verteld over familie of afkomst. Althans, hij kan er niets over melden bij zijn huwelijk in 1832.

Huibrecht en Cornelia trouwen pas als Huibrecht 40 en Cornelia 29 jaar oud zijn. Dan hebben ze al wel 2 kinderen. Maria Verhagen is in 1827 en Willem Verhagen in 1829 geboren en de geboorteakten vermelden beide keren keurig dat Huibrecht ‘voornemens is in de echt te treden’ met Cornelia, de officiële moeder.

[Ze krijgen in totaal 4 kinderen: Maria, Willem, Jan en Teunis. Keurig vernoemd naar de grootouders: Maria en Jan naar de ouders van Huibrecht, Willem en Teunis naar de ouders van Cornelia.]

Dat is dus allemaal geregistreerd. Maar als ik of Jan Verhaage of Maria Stekhoven probeer te traceren kom ik niet verder. Er is geen huwelijk te vinden, en ook geen geboorten. Zoektochten rondom de mogelijke geboortejaren, met namen van Jan, Maria of Huibregt zelf, in de beschikbare online archieven levert wel vermoedens, maar die lopen allemaal dood. En dat is eigenlijk opvallend, want meestal is er toch wel één van de ouders terug te vinden.

Of toch?

maria-jaoba-stekhoven-23011756-leiden

In Leiden wordt op 23 januari 1756 Maria Jacoba Schuurman geboren (RK kerk, met aantekening dat vader niet katholiek is). Schuurman? Ja, maar haar moeder heet Cornelia Maria Stekhoven. Hmmm. Geen veel voorkomende naam… Stel dat Maria haar moeders naam is gaan voeren? Er is geen ander huwelijk of moederschap van Maria Jacoba te vinden. En geen overlijden. Het is dus een (farfetched) optie…

Verder zoekend blijkt de combinatie van achternamen geen vreemde te zijn. Jacob Schuurman en Cornelia Stekhoven zijn onderdeel van een bekende familie kwekers en bloemisten. En de kinderen worden in boeken steeds met beide achternamen genoemd: Schuurman (Schuurmans) Stekhoven. Die dubbele naam leeft tot op heden voort.  Maar ook  in die boeken kom ik ‘onze’ Maria nog niet terug. Het kan nog steeds dat deze Maria een onbekend pad is ingeslagen.

Een optie is te zoeken in notariële akten. Beide mogelijke ouders waren bemiddeld, dus er is zeker sprake van een testament. Dan is het de vraag of en in welke hoedanigheid Maria daarin voorkomt en of dat verdere aanknopingspunten oplevert voor de aanname dat dit ‘onze’ Maria is.

Het testament van Cornelia Stekhoven uit 1782 bij notaris P. Soetbrood handelt om ‘slechts’ 5 van de 10 geboren kinderen: Cornelia (getrouwd met J.J. Bachman), Hermanus, Christina, Jacobus en Elisabeth. Maria wordt niet genoemd. Is zij al overleden? In de begraafregisters van Leiden tussen 1756 en 1765 wordt ze niet genoemd. En ook tussen 1765 en 1782 niet. Broers Gerrit en Jacobus vind ik wel terug in de begraafregisters (hoewel de registratiedata  na 1782 liggen). Willem is niet te vinden en ook Maria blijft zoek…

Ook opvallend aan deze familie lijkt de overgang tussen Rooms-Katholiek en protestants te zijn: vader is protestants, moeder katholiek. De eerste kinderen worden katholiek gedoopt (ook Maria), latere kinderen protestants zo lijkt het.

[een slag om de arm: het kan nog dat ik twee gezinnen door elkaar haal, maar die hebben dan beiden exact dezelfde namen voor de ouders).

Natuurlijk zijn er meer Sytsma’s (en Sijtsma’s). Hele takken. Ik heb een letterlijke naamgenoot van mij terug kunnen voeren tot Twijzel, 15 kilometer onder Ee. En toch een andere tak…Waar ik hier op doel is het trouwen van Sytsma’s met Sytsma’s. Dat komt al vroeg in de stamboom voor.

Op 14 januari 1816 trouwt de 31-jarige Jelle Tjipkes Gruis (een achternaam die overigens vrijwel niet voorkomt in Friesland) met de dan 17-jarige Jeijke Gosses Sytsma. Jeijke komt overigens ook voor onder de naam Dijkstra (bij overlijden). De naam Sytsma van Jeijke komt van haar vaderlijke lijn: vader Gosse Siedzes, opa Sydse Ouwes.

Maar Jelle Tjipkes heet toch geen Sytsma?  Klopt. Zijn vader is echter Tjepke Jelles, broer van Sytze Jelles, de naamgever van ‘mijn’ Sytsma-lijn. Die tak leeft tot op heden voort, de tak van Jeijke lijkt een snelle dood gestorven; ze heeft een oudere broer (Syds Gosses, gedoopt 24 januari 1794 te Ee), die met die voornaam zeker voor een Sytsma-tak zou kunnen zorgen, maar hij is vervolgens van de aardbodem verdwenen.

Er is nog een link in de stamboom met een andere Sytsma-tak. Op 30 mei 1912 trouwt Gerrit Hoogstra met Gaatske Sytsma. Gaatske is de dochter van Lieuwe Folkerts Sytsma, en voert uiteindelijk terug tot de uit Lioessens afkomstige Folkert Douwes (~1667-1724) en zijn vrouw Trijntje Sapes (~1674-1743).

Gerrit is de zoon van Jelle Hoogstra, zoon van Gerrit Gerrtis Hoogstra en Dirkje Jelles Hoekstra. Dirkje is dochter van Jelle Jans Hoekstra, zoon van Jan Dirks. En Jan was getrouwd met Grietje Jelles. Grietje is de jongste zus van Tjepke en Sytze. Alle drie deze kinderen van Jelle Haijes komen in de stamboom dus met Sytsma’s in aanraking. Sytze zelf het sterkst, de beide anderen aangetrouwd.

Je eigen stamboom maken is leuk. En die vervolgens online plaatsen ook. Sinds enige tijd is er een zeer goed initiatief: werelate. Niet commercieel én wel internationaal. Daar link je de eigen takken van de boom aan die van anderen. Zodat niet iedereen hetzelfde verzamelt en opslaat, maar je samen verder komt. Extra voordeel: de geplaatste gegevens moeten aantoonbaar juist zijn. Liefst met bijgeleverde bronvermelding. En is iemand anders het er niet mee eens, dan volgt overleg of discussie.

Begin bijvoorbeeld bij mijn opa van vaderskant of oma van moederskant:

Jelte Sijtsma

Agnita Aalberts

Of volg het parenteel terug vanaf mijn oudst bekende voorvader:

Jelle Haijes (Waarbij naast Sijtsma’s ook de familienamen Buwalda, Hoekstra, Zijlstra, Bronkema, Algra, Haakma, de Jong, Braaksma, Barwegen, Zeilmaker, Hoogstra)

En de zijde van mijn significant other, terug te volgen via:

Willem Arij Verhagen

Hendrik Johannes Otten

Dat tenslotte zelfs vrienden, heel in de verte, familie blijken te zijn is terug te vinden in de lijn van:

Wouter Arissen van Leeuwen en zijn zuster Maria Arissen van Leeuwen uit Rhenen.

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onlangs vond ik een nieuw document waarin een voorouder voorkomt. In het archief van het Provinciaal Bestuur Friesland zitten onder andere stukken met betrekking tot de armenzorg. Het was rond 1800 bij wet geregeld dat dorps- en stadsbewoners een bijdrage moesten doen voor de zorg van de armen in de gemeente. Die zorg voor de armen bestond al langer, maar was voorheen wat willekeuriger. Sinds 1797 werden de bijdragen evenredig over de arme gezinnen verdeeld. Tot die tijd konden grietenaren en andere magistraten dat naar eigen inzicht verdelen. Dat gebeurde dan vooral op kerkelijk gezindte.

Maar in het document met de bijdragen in het dorp Paezens komt een voorouder voor. In 1813 moet ook Jelle Sijtzes (1787-1827) een bijdrage leveren. De hoogte wordt bepaald door het inkomen/vermogen van de inwoner. Nu wist ik al wel dat Jelle niet geheel onbemiddeld was. Maar in 1813 is hij slechts 26 jaar jong. Hij doet een bijdrage van maar liefst 18 guldens. Dat is veel als ik dat bedrag vergelijk met de andere dorpsbewoners. De meesten dragen niet meer bij dan 5 gulden. Andere ‘grote’ bijdragers zijn Ate Sjolles met 15 guldens en Eesges Lieuwes met 14 guldens.

 

 

Stambomen bestaan uit verwantschappen. Bloedverwantschappen. Ik besta voor de helft uit genen van mijn vader en voor de helft uit genen van mijn moeder. Stamboomprogramma’s, zoals Aldfaer, geven de mogelijkheid om de mate van ‘cosanguïteit‘ te berekenen.

Zo heb ik iets meer dan 3% verwantschap met Adam Louta in mij, de elders beschreven schuinsmarcheerder en beroepsmilitair. Is er een link van 0,4% met stamvader Haije Sytzes. En blijkt mijn huidige woonplaats Amersfoort al sinds mijn geboorte voor 12,5% in me te zitten (naast Amsterdam, Middelstum en 12,5% Friese Oostdongeradeel).

In het manuscript komt ook een verrassende bloedverwantschap aan bod. Die tussen mijn vriendin en mij. Weliswaar nog geen 0,1%, maar toch. Hoe dat precies zit kun je tot in detail nalezen.

geboorte-1712-jellehaijes-huizum

Komen de Sijtsma’s niet uit de Oostdongeradeel, maar uit de Leeuwarderadeel? Er zijn aanwijzingen voor deze theorie.

De oudste aangetoonde voorvaders zijn Haije Sytzes en zijn zoon Jelle Haijes. Ze verschijnen rond 1715 op het toneel in Oostrum en daarna Ee, beiden in de Oostdongeradeel. Maar hun herkomst lijkt daar niet te liggen. Ik vind er niets over in de archieven. Wat ik weet is dat Haije met Antie Gerbens gaat leven. Voor haar een tweede huwelijk, voor hem waarschijnlijk ook, want zoon Jelle is er dan al.

Er is in heel Friesland rond die tijd één match. In 1712 wordt in het gehucht Huizum, onder de rook van Leeuwarden, een Jelle Haijes geboren als zoon van een Haije Sytzes (heeft Haaie Sijtzes een zoontie laaten doopen en het is genaamt Jelle). Zie de afbeelding uit het doopboek van de Hervormde kerk. De namen kloppen. Bovendien sluit de doopdatum aan bij het verdere leven van Jelle Haijes. Hij is iets ouder dan zijn vrouw Hitje en hij is 28 als hij trouwt. Dat zijn allemaal passende puzzelstukjes.

Helaas is er geen moeder vermeldt. Ook niet bij de geboorte van een jaar oudere zus, Wijtske Haijes in 1711 in Huizum.

Verder zoeken in de archieven over Huizum levert op dat er in 1708 en 1718 registraties zijn van de floriën ofwel belastingen. Komen we Haije Sytzes hierin tegen? Het antwoord is positief. In 1708 verschijnt Haije (Haaije Sijtses) als ‘bruiker‘ van een huis en annexis van Gerrit Osinga. Zie de afbeelding. Maar wellicht belangrijker is dat hij in 1718 niet meer voorkomt in de floriënkohieren. En dat klopt als ik aanneem dat hij tussen 1708 en 1715 met zoon Jelle Haijes (en dochter Wytske?)  is verhuisd van Huizum naar Oostrum.

Het bewijs is daarmee nog niet spijkerhard, maar er zijn nu wel drie argumenten om te vermoeden dat Haije uit Huizum afkomstig is.

haaijesijtses-bruiker-huisinge-huizum-1708

Een bijbelboek. Eentje die ik niet ken. Terwijl ik toch redelijk ‘met de schrift‘ ben opgevoed. Maar Amos? Nooit van gehoord. Ik kom het tegen bij de naspeuringen van een geëmigreerde voorvader. Deze Harmen overlijdt in 1910 en een dochter schrijft over de begrafenis bij het plaatsje Pella in Iowa.

Volgens het schrijven preekt een dominee uit Amos 4 en Psalm 103. Amos 4 gaat over het maar niet tot ‘God komen door het volk van Israel‘, ondanks alle onheil die die God over dat volk heenstort.

Het tweede bijbelstuk wat op de begrafenis van Harmen wordt voorgedragen is Psalm 103, vers 12. ‘ Zo ver als het oosten is van het westen, zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd’. Ofwel, onze zonden, en dat zijn er veel, zijn ons toch vergeven.

Beide bijbelteksten zijn nogal zwaar op de hand. Heel gereformeerd. Hoe hard  je ook je best hebt gedaan in het leven, je hebt toch keer op keer gezondigd en bent dus niet tot God gekomen. Gelukkig heeft hij je al die zonden door het sterven van zijn zoon toch vergeven… Pffft. Het past wel bij de opvattingen van Harmen. Hij behoort tot de Afgescheidenen, een afsplitsing van het Hervormde Kerk. In de taal van nu: echte fundamentalisten. Die in Nederland geen plek konden vinden, noch krijgen, en daardoor naar Amerika vertrokken. Achter dominee Scholten aan naar Iowa. Een gebied rondom Pella, wat tot op de dag van vandaag zowel godvruchtig is als een sterk Nederlands tintje heeft.

jacobboll-margartehavangoor-huwelijk

Bekijk altijd de originele documenten. Een van de belangrijkste lessen na jaren in archieven te hebben rondgezworven. Zo ging ik er na vluchtig online onderzoek al geruime tijd vanuit dat een voorvader van mij, Jacob Boll, zoon is van Jacobus Boll en Anna Catrina Asselaar. Tot gisteren.

Toen kreeg ik de originele huwelijksakte onder ogen. Met daarin naast de naam van zijn echtgenote, Margaretha van Goor, ook een aanduiding voor beider geboortejaren én de naam van zijn vader. ‘zijn vader Samuel Boll’ . Helemaal geen Jacobus.En dus ook geen Asselaar. Maar Maria Kleijn, zo blijkt als ik de vader ook in originele akten terugzoek.

Kortom, een hele andere tak voorouders (vanaf begin 1600 een Amsterdamse familie met een ‘knoopsmaker‘, een meester goudsmid en een zilversmid). Waar die eerder gevonden Jacobus en zijn vrouw Asselaar overigens wel weer aan verbonden blijkt.

riddervandelelie

In de militaire staat van dienst van Adam Louta kom ik een interessante melding tegen. Hij is ‘bij Koninklijk besluit van 19 juni 1814′ gedecoreerd met de titel ‘Ridder van de Lelie‘.

Deze titel is een kroon op zijn militaire carriére. Tussen 1793 en 1814 heeft Adam vrijwel continu dienst gedaan in Nederland (1799), Duitsland (1795 Neder Rhijn, 1806 Pruisen, 1813 Pruisen en Saxen, 1814 Rhijn en Moezel), Oostenrijk (1805), Denemarken(1808) en Rusland (1812). En is hij opgeklommen van vrijwilliger tot 1e Luitenant.

De ‘ridderorde‘, zoals de ‘decoration du lys‘ in de volksmond van begin 1800 heette, is uitgereikt aan allen die deelnamen aan de bezetting van Parijs in maart en april 1814. Parijs bevind zich in die periode tussen de  net afgezette Napoleon I en een nieuwe heerser. De bezetting maakt de komst van Koning Lodewijk XVIII mogelijk, die de bezetters beloont met de eretitel ‘ridder van de lelie‘. De lelie is het teken van de Bourbons, die ook voor Napoleon aan de macht waren. Kort daarop komt Napoleon nog even terug, om uiteindelijk bij Waterloo definitief te worden verslagen.

Interessant is dat Adam meer militair was dan Bonapartist. Hij vecht steeds aan de zijde van de heersende macht. Vanaf 1793 strijdt hij aan de zijde van het officiële ‘Fransche‘ leger en daarmee deels (vanaf 1799) aan de zijde van Napoleon. Hij staat vermeldt als deelnemer aan het Noord Armee, het Hollandse Armee en het Grote Armee Duitsland, Oostenrijk en Rusland. De landen waar hij dienst doet lopen parallel met de oorlogen en veldslagen die Napoleon heeft gevoerd. Uit de archieven blijkt dat Adam onder andere aanwezig is bij de Slag bij Castricum in 1799 (het grootste en bloedigste militaire treffen op Nederlands grondgebied ooit), de terugtocht van Napoleon uit Rusland en bij de Slag bij Leipzig in oktober 1813, waar Napoleon een gevoelige nederlaag lijdt. Na het verbannen van Napoleon vecht Adam vrolijk verder voor de nieuwe machthebbers en in Parijs en bij Waterloo dus ook tegen Napoleon.

Adam raakt in al die jaren twee keer gewond. In 1799 door een geweerkogel aan zijn rechter been, in 1813 opnieuw door een geweerkogel aan zijn hals. In 1813 is hij lid van het 131ste regiment d’infanterie de ligne, die deelnemen aan veldslagen bij Dennewitz, Bautzen en Hanau. Onderdelen waar Adam heeft gediend: 4e Bataljon Hollandse Jagers (1795), 3e regiment Jagers (1810), 131ste Regiment(1813), 10e Bataljon Jagers (1814), West-Indië (1816).

Nederlandsche Staatscourant, 22 juni 1814

lelie-nederlandschestaatscourant-18061814